Inleiding

Inleiding

Hoewel wetenschappers zich al anderhalve eeuw buigen over het Utrechts Psalter, blijft het handschrift in vele opzichten een raadsel. Tientallen geleerden hebben (belangrijke delen van) het Psalter diepgaand geanalyseerd. Toch wordt men het niet eens over zaken zoals datering, productie, de opdrachtgever en de bedoeling van het handschrift.

Zo weten we nog steeds niet precies hoe het Utrechts Psalter, via Robert Cotton, in handen kwam van Willem de Ridder, die het handschrift in 1716 aan de Universiteitsbibliotheek Utrecht schonk. Ook het onderzoek naar de invloed van de iconografie van het Utrechts Psalter in het Frankische Rijk en Engeland, blijft maar nieuwe resultaten opleveren.

Nieuwe inzichten

Het is bijna twintig jaar geleden dat de laatste wetenschappelijke stand van zaken rondom het Utrechts Psalter is gepubliceerd. In 1996 was het Psalter onderdeel van een tentoonstelling in Museum Catharijneconvent in Utrecht. In de tentoonstellingscatalogus The Utrecht Psalter in medieval art: picturing the psalms of David, onder redactie van Koert van der Horst, William Noel en Helen Wüstefeld, staan stukken die geschreven zijn door deskundigen op het terrein van middeleeuwse handschriften.

Nieuwe vragen

Maar wetenschap is altijd in beweging: nieuwe inzichten plaatsten vraagtekens bij fundamentele kwesties over het Utrechts Psalter. De publicatie van de nieuwe geannoteerde digitale uitgave van het Utrechts Psalter is een goede gelegenheid om deze vragen en andere bijdragen aan de wetenschappelijke kennis rondom het Psalter te behandelen. Ook bevat de digitale uitgave een overzicht van de huidige stand van onderzoek.

Vijftien hoofdstukken

De komende periode zullen vijftien hoofdstukken in willekeurige volgorde worden gepubliceerd. De artikelen geven informatie over de productie, kunst, achtergrond, invloed en geschiedenis van het Utrechts Psalter. Elk hoofdstuk eindigt met een eigen literatuurlijst. Een uitgebreide literatuurlijst over het Utrechts Psalter wordt apart gepubliceerd.

Voor alle hoofdstukken zijn we dank verschuldigd aan de studies van Van der Horst en zijn collega’s en voorgangers, maar ook de resultaten van later wetenschappelijk onderzoek worden besproken.

Contact

Vragen, verbeteringen en aanvullingen zijn altijd welkom. b.jaski@uu.nl